Ik ben werknemer...

Werknemer

Veel werkgevers bieden hun werknemers pensioenregelingen aan. Méér informatie vindt u op deze pagina's.

  • 1e pijler - AOW (Algemene Ouderdoms Wet)

    De basis is de AOW, het pensioen dat u van de overheid krijgt. Hoe zit dat precies in elkaar en waar staan al die afkortingen voor?

    AOW is een volksverzekering waarvoor iedereen die rechtmatig in Nederland woont, verplicht verzekerd is. Er bestaat geen onderscheid tussen mannen en vrouwen of werkenden en niet-werkenden. Ook als u niet in Nederland woont, maar hier wel werkt en op grond daarvan onder de loonbelasting valt, bent u verzekerd.

    Als u tussen uw 15e en uw 65e altijd in Nederland hebt gewoond, bent u doorlopend verzekerd geweest. U hebt dan recht op volledige AOW. Het AOW-pensioen wordt niet automatisch uitbetaald. U moet dat uiterlijk 3 maanden voordat u uw AOW-leeftijd bereikt, aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank.

     

    De AOW-leeftijd wordt stapsgewijs verhoogd. U ontvangt uw 1e AOW-uitkering op de dag dat u de AOW-leeftijd bereikt.

    Als u een uitkering hebt, stopt deze 1 dag eerder. Wanneer krijgt u uw AOW? Bereken hier uw AOW-leeftijd!

     

  • 1e pijler - ANW (Algemene Nabestaanden Wet)

    De nabestaandenuitkering ANW is een financiële ondersteuning van de overheid na het overlijden van een partner of ouders. De Sociale Verzekeringsbank voert de ANW namens de overheid uit. Als uw partner is overleden hebt u mogelijk recht op ANW.

     Met de wizard kunt u nagaan of u in aanmerking komt. Ook wezen kunnen in aanmerking komen voor een uitkering.

    De nabestaandenuitkering

    Als nabestaande komt u in aanmerking voor een uitkering als u jonger bent dan 65 jaar en uw partner op de datum van overlijden verzekerd was voor de ANW. Daarnaast moet u ook aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

    • u bent geboren voor 1950, of
    • u hebt een kind onder de 18 jaar, of
    • u bent voor tenminste 45% arbeidsongeschikt.

    De ANW maakt geen onderscheid tussen gehuwden, geregistreerd partners of samenwonenden. Ook als u gescheiden bent van de overledene kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering. De hoogte van de ANW-uitkering is afhankelijk van uw inkomen.

    De wezenuitkering

    Een weeskind komt in aanmerking voor een uitkering als beide ouders zijn overleden en de laatst overleden ouder op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw. De wees moet jonger zijn dan 16 jaar. In sommige gevallen is er recht op een uitkering tot 21 jaar.


    ANW-uitkering geen vetpot

    U kunt dus nu al nagaan of uw partner voor zo'n ANW-uitkering in aanmerking komt. Is dat niet zo? Heeft uw partner een eigen inkomen? Tref tijdig maatregelen tegen de financiële gevolgen van uw overlijden. Zo kunt u overwegen om bijvoorbeeld een ANW-hiaatverzekering af te sluiten.

  • 2e pijler: Pensioen via de werkgever

    Gedurende je werkzame leven bouw je bij je werkgever(s) een werknemerspensioen op. Dit is een aanvulling op wat je van de over­heid krijgt. De tweede pijler van het pensioengebouw is dus het pensioen via de werkgever.

    Je krijgt het alleen als je hebt gewerkt en je werkgever ook een pensioen­regeling had waaraan je mee hebt gedaan. Niet iedere werknemer bouwt zo'n aanvullend pensioen op, maar wel heel veel werknemers. Zo'n 95% van de bedrijven heeft een bedrijfspensioenregeling. Meestal geldt die pensioenregeling voor elke werknemer of voor elke werknemer vanaf een bepaalde leeftijd.

    Je werkgever betaalt meestal het grootste deel van deze regeling. Maar ook van jou wordt vaak een eigen bijdrage gevraagd die op je bruto salaris wordt ingehouden.

    Pensioenfondsen

    Indien je een pensioen opbouwt via de werkgever, ben je hoogstwaarschijnlijk aangesloten bij een zogenaamd pensioenfonds. Dit is meestal een verzekeringsmaatschappij die straks op je pensioendatum de pensioenuitbetaling zal gaan verzorgen.

    Afhankelijk van de bedrijfstak waarin je werkzaam bent, bijvoorbeeld de metaalindustrie, ben je verplicht bij het desbetreffende bedrijfs(-tak)pensioenfonds aangesloten, zoals het Pensioen Fonds voor de Metaalindustrie. Indien je bij een multinational werkt, zoals Heineken of KLM, zul je verplicht zijn aangesloten bij het eigen Ondernemings Pensioenfonds.

    Daarnaast zijn er verplicht gestelde beroepspensioenregelingen voor onder andere apothekers, artsen en notarissen. Maar ook bestaat de mogelijkheid om als bedrijf bij een verzekeringsmaatschappij naar keuze een pensioenarrangement samen te stellen.

    Uitgangspunt is 70%

    Het uitgangspunt  -dat je pensioen gelijk moet zijn aan 70% van je laatst verdiende salaris-  is nagenoeg onhaalbaar! Je zult begrijpen dat alle voornoemde pensioenregelingen verschillend zullen zijn. Het doel, een oudedagspensioen voor de werknemer opbouwen, is in principe gelijk. Maar de mate waarin dat doel bereikt zal worden hangt sterk af van de kwaliteit van de aangeboden pensioenregeling. Het uitgangspunt is dat een goed pensioen gelijk moet zijn aan 70 % van het laatst verdiende salaris.

    Omdat je vanaf uw pensioendatum jaar minder belasting gaat betalen, kun je, ondanks dat je bruto minder inkomen krijgt, toch netto in inkomen gelijk blijven. Dit is dus de ideale situatie. Helaas is het zo dat zeer veel pensioenregelingen dit uitgangspunt niet halen.

    De oorzaken hiervan zijn onder andere het hanteren van een hoge AOW-franchise, het hanteren van een lage pensioengrondslag, het instellen van een maximum salaris waarover pensioen mag worden opgebouwd, het al dan niet indexeren van de pensioenen etc. Hierdoor kunnen (grote) pensioengaten ontstaan.

  • 2e pijler - Partnerpensioen via de werkgever

    Hoe blijven jouw partner en jouw kinderen achter indien je komt te overlijden? Weleens over nagedacht? Helaas heeft zo'n 80% geen enkel idee. Te vaak wordt gedacht dat het allemaal goed is geregeld.

    Nabestaandenpensioen wordt vaak (dus NIET altijd!) opgebouwd via een pensioenregeling van de werkgever(s) van de partner. De hoogte van het nabestaandenpensioen verschilt per pensioenregeling.

    Goed geregeld?

    Het partnerpensioen wordt uitgekeerd vanaf het overlijden van de werknemer tot het overlijden van de achtergebleven partner. Onder partner wordt verstaan degene met wie de (gewezen) werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert of heeft gevoerd en met wie geen bloed- of aanverwantschap in de rechte lijn bestaat.

    Overlijden vóór je pensioendatum

    • Het pensioen voor jouw nabestaanden is vaak minder dan je denkt. Het is meestal 70% van jouw bereikbare ouderdomspensioen.
    • Het is nog maar de vraag of joue nabestaande bovenop het partnerpensioen nog een (volledige) ANW-uitkering krijgt van de overheid. Lang niet elke pensioenregeling kent een voorziening om het gemis aan ANW te compenseren.
    • In veel pensioenregelingen is het partnerpensioen 'op risicobasis' is verzekerd. Zo'n pensioen vervalt bij ontslag. Bij een wisseling van baan heb je dan altijd een tekort aan partnerpensioen.
    • Als je eens gescheiden bent, heb je een het deel van het partnerpensioen moeten afstaan aan jouw ex. Als jij na echtscheiding opnieuw trouwt, krijgt jouw nieuwe partner daardoor een aanzienlijk lagere uitkering als jij komt te overlijden.
    • Tenslotte kennen veel pensioenregelingen een korting op het partnerpensioen als jij en je partner meer dan 10 jaar in leeftijd verschillen. Die korting bedraagt vaak 2,5% voor elk jaar dat het leeftijdsverschil groter is dan 10 jaar.

    Het is echt belangrijk om goed te kijken wat jouw partner krijgt als jij komt te overlijden. Het is vaak nodig om aanvullende maatregelen te nemen, zeker als je partner volledig van jouw inkomen afhankelijk is. Hoe dan ook, in veel gevallen kan het partnerpensioen behoorlijk tegenvallen. 

    Overlijden ná de pensioendatum

    • Bijna alle pensioenregelingen bepalen dat je vóór de pensioendatum moet zijn getrouwd, geregistreerd of moet samenwonen. Wanneer je pas na je pensionering trouwt of gaat samenwonen, heeft jouw partner geen recht op een uitkering na jouw overlijden.
    • Tegenwoordig is in veel pensioenregelingen het partnerpensioen 'op risicobasis' verzekerd. Dan is er bij overlijden ná de pensioendatum geen uitkering voor de partner. Pensioenregelingen bieden daarom de mogelijkheid om op de pensioendatum een deel van het ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioen. Dan is er na jouw overlijden dus wel een uitkering voor je partner. Deze uitkering is echter lager dan het partnerpensioen dat je partner zou hebben gekregen bij overlijden vóór je pensioendatum. Je ouderdomspensioen wordt immers verlaagd door de ruil. Het partnerpensioen is 70% van dat lagere ouderdomspensioen.

    Stelt  je eens een paar vragen! 

    • Heb jij in jouiw pensioenregeling partnerpensioen opgebouwd (recent of in het verleden)?
    • Blijft dat dan bij pensionering behouden?
    • Weet jij hoeveel het partnerpensioen bedraagt en is het voldoende om van te leven?
    • Wil je het opgebouwde partnerpensioen inruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen?
    • Of net andersom?
  • 3e pijler: Privévoorzieningen - Oudedagsvoorziening

    Bieden de eerste twee pijlers jou onvoldoende om tegemoet te komen aan je pensioenwensen, dan kun je zelf voor iets extra's zorgen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een koopsom, lijfrenteverzekeringen, spaargeld, aandelen en andere vormen van vermogen, zoals een een bancaire lijfrenterekening, eigen huis of bedrijf.

    De derde pijler van het pensioengebouw, dat zijn dus aanvullende regelingen waar jij zélf voor zorgt.

    Lijfrenteverzekeringen

    Je kunt bijvoorbeeld een lijfrenteverzekering afsluiten. Je betaalt dan maandelijks of jaarlijks een premie of stort een geldbedrag in één keer ('koopsom'). Je koopt dan te zijner tijd bij een verzekeraar een periodieke uitkering. Zo'n uitkering wordt een lijfrente genoemd.

    Lijfrenten - voor wie bedoeld?

    Wie dienen aanvullende maatregelen te treffen?

    • Wanneer jij zelfstandig ondernemer bent, heb je geen werknemerspensioen en zul je zelf een aanvulling op de AOW moeten regelen.
    • Als werknemer kun je voor een aanvulling op je pensioen kiezen. Bijvoorbeeld om een pensioentekort te repareren.
    • Maar ook als vrije beroepsbeoefenaar met een beroepspensioenregeling kun je voor een aanvulling op uw pensioen kiezen. Bijvoorbeeld om een pensioentekort te repareren.
  • 3e pijler: Privévoorzieningen - Nabestaandenvoorziening

    Je kunt jouw nabestaandenpensioen verbeteren door zelf maatregelen te nemen. Als jij goed voor je nabestaanden wilt zorgen of als jouw partner niet in aanmerking komt voor een (volle) ANW-uitkering, kun je op verschillende manieren voor een aanvulling zorgen.

    Risicoverzekeringen

    Naast interen op het vermogen (als dat al aanwezig is) kan een risicoverzekering een uitkomst bieden. Er zijn vele vormen zoals een nabestaandenlijfrente, een ANW-gatverzekering of een kapitaalverzekering.

    Nabestaandenlijfrente

    Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De ingangsdatum kan opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een Anw-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan je kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.

  • 6 manieren om je pensioen aan te vullen

    1. Spaar met een lijfrente of basisrekening

    Als je regelmatig geld opzij wilt zetten voor je pensioen is een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening een optie. Met deze producten leg je regelmatig een bedrag in. Als je met pensioen gaat koopt je een lijfrente. 

    Met een lijfrenteverzekering of een bankspaarrekening kun je gebruik maken van belastingvoordelen. Over de premie betaal je geen inkomstenbelasting. Verder betaal je geen vermogensbelasting over de spaarpot. Er is wel een grens aan hoeveel je elk jaar belastingvrij mag sparen: de jaarruimte. 

    Een lijfrente of bankspaarrekening kun je vaak combineren met een overlijdensrisicoverzekering of een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit kan financieel aantrekkelijk zijn. Maar...... het zijn ingewikkelde producten, laat je dus goed adviseren.

    2. Koopsompolis

    Een koopsompolis is een eenmalige storting. Voor een koopsompolis gelden dezelfde belastingvoordelen als voor lijfrentes en bankspaarrekeningen. 

    3. Zelf sparen en beleggen

    Je kunt ook zelf sparen of beleggen voor je pensioen. Het voordeel hiervan is dat je altijd toegang hebt tot jouw geld. Over je spaargeld en beleggingen betaal je vermogensbelasting. Er geldt een vrijstelling.

    4. Hypotheek aflossen

    Als je een hypotheek hebt die (deels) aflossingsvrij is, kun je simpelweg meer gaan aflossen. Je slaat twee vliegen in een klap: je verlaagt je woonlasten en je spaart in de vorm van een stijgende overwaarde op jouw huis.

    5. De overwaarde van uw huis verzilveren

    Overwaarde is gelijk aan de verkoopprijs min de nog af te lossen hypotheekbedrag. Bij verkoop van je woning komt dit geld vrij tot je beschikking. 

    6. Werken naast je pensioen

    En als je toch te weinig inkomen hebt, kun je ook gaan werken na je pensionering. Als je werkt als je al met pensioen bent betaal je wel inkomstenbelasting, maar de belastingtarieven voor gepensioneerden zijn wel veel lager dan voor mensen die nog niet met pensioen zijn.

  • Maak hier gerust een afspraak met Verton & De Laat